Als het op leren zingen aankomt, ben ik een beginner - van gevorderde leeftijd weliswaar 🙂 Op het gebied van zingen had ik nooit meer gedaan dan meeneuriën met mijn eigen gitaarspel. Pas sinds mijn vriendin Linor bij me in is komen wonen in Amsterdam, krijg ik vaak stemtips

Als ik in de studeerkamer werk, vang ik soms dingen op door de muur, als ze zangles geeft aan een student in de woonkamer. Veel principes van zangles hebben me verbaasd. Ik som er drie op.

1. Zuiver of vals zijn woorden die ik niet hoor

Ik heb Linor nooit tegen mij of een ander zangstudent horen zeggen: je zingt vals. Ik mis echt wel eens een noot en zij hoort dat natuurlijk. Maar haar tip heeft altijd betrekking op stemtechniek. Ze zegt bijvoorbeeld:

  • Ontspan je kaak.
  • Houd je nek recht.
  • Doe alsof je een cheerleader bent die ‘whoahhhh’ uitroept.

Maar nooit: zing hoger of lager.

Haar credo: de muzikaliteit volgt vanzelf als de techniek op orde is.
Als ik wel eens een vraag stel over toonhoogte, dan krijg ik het advies om me een bepaalde noot juist níet als hoog voor te stellen.

‘Probeer er niet fysiek naar te reiken. Je moet af van het idee dat noten fysiek hoog of laag zijn’.

Een paradoxaal advies dat wel werkt - en dat gaat voor meer adviezen op. Linor legt hier overigens meer over uit in het e-book dat je krijgt als je je abonneert op de mailinglijst van SingWell.

2. Maak zingen niet te ingewikkeld: laat het gebeuren

Ik heb Linor een keer de metafoor van bubble wrap horen gebruiken.

‘Je stem heb je al, maar door slechte gewoontes zit er een laag bubbeltjesfolie omheen. Haal die folie eraf!’

Dit advies doet me denken aan wat ik hoor van mijn tafeltennistrainer: ‘Je lichaam kan het al. Laat je lichaam de slag maken. Maak het met je hoofd niet ingewikkelder dan het is.’

Inderdaad is zingen in principe niet veel anders dan:

  • Rustig rechtop gaan staan
  • Je mond wijd opentrekken
  • Ademhalen
  • Zingen maar

Ik weet, ik weet, het is in tien minuten uit te leggen, maar kost tien jaar om te leren - schijnt operazangeres Renée Fleming te hebben gezegd.

Maar toch. Waarom lopen zoveel mensen rond met stemproblemen? Omdat we ons kennelijk allemaal dingen aanleren waarvan we denken dat ze nodig zijn. We denken dat onze zangstem anders moet zijn dan onze spreekstem, waardoor we er allerlei effecten aangeven. 

We willen onze stem bijvoorbeeld een ‘mooie’ klank meegeven waardoor we veel te veel lucht gebruiken en onze stembanden lijden.

Of we doen hard ons best om ons publiek te bereiken, waardoor we het geluid pushen, onze nekspieren gebruiken, die een luide stem alleen maar in de weg zitten.

3. Toonladders zijn niet uit de mode

Het is misschien niet zo raar dat zangers leren om toonladders te zingen. Misschien was het naïef van me te denken dat er een pedagogische revolutie in het stemonderwijs had plaatsgevonden.

Maar nee. De lessen die ik door de muur meekrijg, zijn voor ongeveer de helft het oefenen van stemtechniek door toonladders. Je zou kunnen zeggen: een analytische manier van zingen leren. Eerst aan de bouwstenen werken voordat we liederen gaan zingen. Lukt het je om tijdens de toonladder je kaak, nek en schouders goed te houden? Dan lukt het vast ook tijdens het zingen van een lied.

Ik herken het alweer van de trainingen van mijn tafeltennistrainer. Daar is het ook eindeloos oefenen op losse slagen en korte patronen (backhand, backhand, forehand).

Ik blijf me verbazen en ik blijf leren. Zowel zingen als tafeltennis 🙂